Blog verplaatst!

22 12 2010

Ja, ik deed hier al zo lang niets mee dat ik eigenlijk aan wat anders toe was. Begin graag met een schone lei. Dus, bij deze:

Korter, meer. Dat.





Durf te Denken: ‘Ik Kies, dus ik Ben’

7 08 2010

Tijdje niks gedaan, excuses. Sowieso was het mijn plan om de hele boel eerst te redigeren voordat ik nog een blog zou schrijven, maar het schoot er bij in. Lastige situaties, persoonlijke problemen, je kent het wel. Desondanks werd ik door een vriendin gevraagd of ik voor een korte docu-serie wilde reflecteren op wat er al voor gefilmd was, vanuit een mediabewust standpunt. Ik ben allesbehalve een autoriteit, maar ik had het idee van mezelf dat ik er wel wat zinnigs over kon zeggen, dus okay. Airtime, je weet zelf.

De filmpjes gingen over Lodewijk, die zijn sim-kaart doorgeknipt heeft en nu alleen nog een vaste telefoonlijn gebruikt, en Floris, die binnen anderhalf jaar tijd 16.000 tweets heeft geplaatst. Die filmpjes kun je hieronder zien, met natuurlijk credits voor de makers Lotte en Robert. Ook wat reacties op de filmpjes zijn bij mijn betoog betrokken, check ze hier op de sites waar ze vertoond worden.

Mensen zoals Floris, die de voorkeur geven aan het onderhouden van digitale contacten boven face-to-face contact, worden in de maatschappij nogal eens afgeschilderd als ‘treurig’. Een beetje in de trant van ‘die kan zeker geen échte vrienden krijgen’. Hetzelfde heb je met gamers die full-time World of Warcraft spelen. Sceptici denken dat online communicatie niet dezelfde diepgang kan hebben als reëel contact. Maar wie zijn zij om dat te bepalen? Afgezien van het gemis van zintuiglijke ervaring – iemand horen, zien en voelen – is er niet zo heel veel anders.

Doordat je via een social network als Facebook direct verbonden bent met een grote groep mensen, oftewel “vrienden”, heb je al snel de neiging je communicatie oppervlakkig te houden. Tenminste, dat is een veel gehoord verwijt. Ergens is het ook waar, maar anderzijds zijn veel gesprekken uit het ‘echte leven’ ook oppervlakkig. “Alles goed” vragen als je het niet echt meent, maar meer als formaliteit of beleefdheid is een goed voorbeeld. Of je met je gesprekken face-to-face dieper wilt gaan of juist online, is een keuze. Beiden hebben voor- en nadelen.

Natuurlijk begrijp je iemand beter als diegene recht tegenover je zit, met gezichtsuitdrukkingen, of lichaamstaal die verraadt hoe iemand zich écht voelt. Daar staat tegenover, dat sommige mensen via gemediëerde communicatie eerlijker durven te zijn, of zichzelf beter kunnen uitdrukken. Plus, zelfs als je je leven lang gedacht hebt dat je ergens alleen in stond, kun je tussen internetters van over de hele wereld gelijkgezinde mensen vinden en nieuwe contacten opdoen. Die haast onbeperkte bron van informatie en connecties is representatief voor het tijdperk waar we in leven. Sterker nog, informatie staat daarin centraal. Wij maken de Informatierevolutie mee, het vervolg op de Industriële Revolutie. Het idee daarachter is dat je als individu eenvoudig en eindeloos informatie kunt delen en ontvangen met een vingerknip.

De Informatierevolutie is volgens mij van groot belang om op de stelling “te veel te kiezen is jezelf verliezen” in te kunnen gaan. Ik vat “jezelf verliezen” op twee manieren op: je kunt door de bomen het bos niet meer zien of, iets extremer, problemen krijgen met de ontplooiing van je eigen identiteit.

Laat ik met die laatste opvatting beginnen. Het nature versus nurture debat daargelaten, vindt het bewuste deel van de vorming van je identiteit plaats aan de hand van je eigen referentiekader. Dat wat je kent, dus: je ouders, medescholieren, maar dus ook mediabeelden. Als je bijvoorbeeld nog nooit van emo’s hebt gehoord, zul je er ook niet snel één worden. Je maakt je keuzes op basis van de opties waar jijzelf weet van hebt. Met de komst van de media die nu zo ingeburgerd zijn, is ons referentiekader, en daarmee onze verzameling aan opties, exponentieel vergroot. Via internet kun je achter het bestaan van moderne heksen komen en leren hoe je er zelf één kunt worden, of Japanse modetrends volgen. Ik beweer niet dat men niet in staat is content te zijn met de eigen identiteit zonder moderne media – alleen dat je via die media meer mogelijkheden hebt om iets te vinden waar jij je bij thuis kunt voelen. Een plek, al dan niet virtueel, waar jij geaccepteerd wordt. Inderdaad, je verzuipt daarbij in de keuzes en soms zie je echt door de bomen het bos niet meer. Alleen vind ik het belangrijker dat je de mogelijkheid bezit om, nu meer dan ooit, weloverwogen keuzes te maken. Je kunt daarbij zo veel inlichtingen winnen als je wilt en je daarop baseren.

Daarbij moeten we wel realistisch blijven. De vrijheid om informatie te delen zorgt ook voor informatievervuiling. Soms weet je niet meer wat waar is en wat niet, of wat nuttig is en wat niet. Wat je voor jezelf uit moderne communicatiemiddelen haalt hangt volledig af van je eigen vermogen om je door het complexe medialandschap te bewegen. Met vermogen heb ik het over bereidheid en bekwaamheid. Je moet het willen, maar ook kunnen. Die bekwaamheid komt voort uit eigen ervaring, maar ook uit educatie en een kritische blik.

Wat bereidheid betreft kom ik weer bij Lodewijk. Hij besluit zonder mobiele telefoon door het leven te gaan en is dus niet bereid om de stress die het voor hem oplevert, op zich te nemen. Wat mij betreft volledig begrijpelijk, maar je moet jezelf afsluiten voor moderne media je wel kunnen permitteren. Je baan moet het toestaan, maar je sociale omgeving óók. Zowel bij zijn vrienden als in reacties op internet zie je weerstand; het wordt toch een beetje asociaal gevonden. Dat is echter afhankelijk van de mate waarin communicatieve media verwerkt zijn in de normen en waarden van je vrienden en familie. De ene vriend zal het misschien volledig begrijpen, terwijl een moeder bijvoorbeeld kan vinden dat er rekening met haar gehouden moet worden. “Maar ik wil je toch kunnen bereiken? Straks gebeurt er iets!”

“Te veel te kiezen is jezelf verliezen.” Wat dat betreft leven we nu in een moeilijke tijd. De technologische vooruitgang gaat zo snel dat de gemiddelde consument achter de feiten aan loopt en nog niet echt weet wat hij of zij precies aan moet met de middelen die we tot onze beschikking hebben. Desondanks lijken we er aan te wennen en vindt er een soort van rijpingsproces plaats. Langzaamaan horen we steeds vaker dat er mensen ‘ontvrienden’ op sociale netwerken, zetten we de telefoon wat vaker uit en wordt de Hyves verwijderd om zich te concentreren op Facebook.

Zowel Lodewijk als Floris lijken een bewuste keuze te hebben gemaakt waar ze volledig achter staan. Lodewijk mocht dan meer vanuit een impuls handelen, maar net als Floris streeft hij zijn eigen geluk na. Als ik in navolging van hen positie in moet nemen ten opzichte van de stelling, zeg ik: oneens. “Te” is nooit goed, zou mijn moeder zeggen, maar ik denk dat we juist dóór keuzes te maken, onszelf beter kunnen vinden dan ooit te voren. Mits je daartoe de capaciteiten bezit, dan.

En het eindresultaat dan nog, voor als je het voorgaande zó interessant vond dat je mij het half wil horen voorlezen. Met wat extra commentaar. Jezus, ik zit echt krom.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.