Het is al een tijdje een werkwoord, googelen. De online Van Dale houdt er zijn eigen mening op na.
- goo·che·len goochelde, h gegoocheld 1 kunstjes vertonen die gebaseerd zijn op gezichtsbedrog 2 op handige manier omspringen: ~ met cijfers
- goo·ge·len merk [ĝoeĝel e (n)] googelde, h gegoogeld zoeken op internet
Meneer van Dale kan er zelf niks aan doen, maar de gelijkenis in woorden levert een heel actuele ironie op. Want hoewel Google samen met Wikipedia de grootste vrienden zijn van de amateur-informatiezoeker, begint er zich een steeds groter wantrouwen te vormen in de internetgigant. Waarom? Omdat de arm van het bedrijf wel héél erg lang wordt. De knijpkracht van hun kolossale hand voelen wij als consument niet, maar is wel degelijk aanwezig en niet te zuinig ook.
De naam is afkomstig van de wiskundige term ‘googol‘, een 1 met 100 nullen. 10 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000 000, dus. Voor zo’n getal zou ik ook een naam verzinnen. Niet overhoop halen met ‘goggle‘, het rollen of staren met (wijd open) ogen. Het bedrijf is goed op weg naar z’n eigen googol, met een top-waarde van $232 miljard. Dat zijn d’r alvast 11 van de 100. Ach, dat was dus in 2007. Dit jaar hebben ze dan wel een nulletje van hun turflijstje moeten schrappen door dik verlies. Pindakaas.
Het is allemaal prachtig, waar Google mee bezig is. Elke keer komen ze weer met nieuwe projecten om van te zeggen: “So, maar dat is relaxed.” Ruimschootse opslag in je mail was één ding, maar wat gingen wij allemaal op de blote knietjes voor Google Maps, hee. Superpraktisch, net als veel van hun andere meerkleurige-letters-producten. Gebruik jij nog wel eens een andere zoekmachine? De zoekbalk in mijn browser is standaard van Google en dat werkt, dus ik zit vastgeroest. Naar het schijnt het merendeel van de internetgebruikende mens.
Als we met z’n allen onze zucht naar informatie in de handen van Google leggen, geeft dat Google een sterke positie. Mwoh, dat is een understatement. Ons tijdperk heet het Informatietijdperk om een reden en Google is daarbij onze grootste bemiddelaar (zie hier wat ze er allemaal bij gekregen hebben). Vertrouwen wij Google er op dat ze dat goed doet? Ja, kennelijk. PageRank, het systeem (of algoritme) waarmee de zoekmachine zijn resultaten zo precies en snel verkrijgt, lijkt stevig en inderdaad betrouwbaar. Even kort. Het zoekt webpagina’s die de woorden bevatten die jij ingevoerd hebt, om die vervolgens te ordenen naar het aantal verwijzingen op andere sites. Met andere woorden: hoe vaker websites naar jouw pagina linken, hoe hoger die eindigt bij de resultaten. Elke link kun je zien als een stem en naarmate de verwijzende pagina zelf een hogere PageRank heeft, telt die stem zwaarder. Zoekresultaat numero uno is de blije winnaar. Het is wel wat ingewikkelder dan dat, maar voor nu volstaat dit basisprincipe.

Klinkt solide, niet? Ware het niet dat profiteurs massaal links opkopen om beter te scoren. Zichtbaar zijn bij een eerste blik op de zoekresultaten is meer dan makkelijk doorlinken. Het is reclame. Google is je mattie en je mattie zegt je: ‘deze moet je hebben.’ ‘Ik denk dat dit de beste match voor je is.’ Dat zegt Google natuurlijk helemaal niet (want, praat niet), maar dat gevoel hou ik er wel aan over. Ik vertrouw er op dat ze goed werk levert. En dat doet ze meestal ook, ik vind altijd wat ik zoek. Hoewel, is dat wel zo? Halverwege pagina 2 beginnen de resultaten een beetje chaotisch te worden. Hoe weet ik dan dat ik dan niks belangrijks mis? Net als met montage weet de consument niet wat hem niet gezegd wordt, dus doe je het altijd maar met wat je krijgt. Ondanks dat er misschien voor jou belangrijke verwijzingen missen, verdrongen door linkkopers en sites die slechts trefwoorden lijken te sparen. Jongen, geef mij gewoon goede torrent-sites.
Naarmate de tijd vordert, lijkt steeds meer interesse te komen voor een ander ordeningssysteem. TrustRank, genaamd. Met dit systeem vormen bepaalde grote sites een basis van vertrouwen. BBC.co.uk is één van de sites die wordt beoordeeld als ‘zeer betrouwbaar’. Verwijzingen van dit soort sites moet je dan dus hebben om hoog op de lijst uit te komen. Linkt jouw pagina, als zijnde betrouwbaar, door naar een andere, dan gaat de score hiervan ook omhoog. Doe je dat echter naar een site die bestempeld is als ‘onbetrouwbaar’, dan daal ook jíj op het scorebord.
Het is een klein nuanceverschil, dat een groot verschil uitmaakt. Ik heb ook nog m’n vragen bij zo’n nieuw systeem – wie zijn het immers die het vertrouwen uit mogen delen – maar het klinkt aantrekkelijk. Punten halen op basis van vertrouwen. Het kaf van het koren scheiden. We omsingelen onszelf met informatie, niet wetende hoeveel daarvan foutief is. Internet is toch een platform voor iedereen, en veel mensen lullen maar wat. Nanobots in de griepvaccinatie, rot toch een eind op.
De opkomende, vooral technische discussie rond PageRank vs. TrustRank kun je als symbool zien voor ons hedendaagse cyberleven. We zijn te goed van vertrouwen. Wij niet allemaal natuurlijk, maar veel wel. We plaatsen contact-informatie op onze profielsites, laten onze gevels fotograferen door traag rijdende auto’s zodat we ze terug kunnen kijken op Street View en alles wat we achterlaten blijft altijd ergens opgeslagen. Maar, hè, dat vinden we allemaal niet zo erg. Wie misbruikt dat nou? Ik kan zo snel ook niemand bedenken, maar de mogelijkheid is er absoluut. Ik schrik soms als mijn vriendin opeens een opmerking maakt over iets wat ik niet tegen haar gezegd heb. “Wat was jij vroeg op, vandaag.” “Huh, hoe weet je dat?” “Zag ik op je Last.fm.” Begin jij je dag ook met een liedje? Verbaas je dan niet als iemand opeens je dagritme kent. Of via krabbels je sociale relaties peilt. Dat hoef je helemaal niet in de gaten te hebben, tot je er een keer mee geconfronteerd wordt. Nu was mijn confrontatie onschuldig, maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Een agressieve en/of krengerige ex heeft je zo gevonden, CIA-stilo. En dat is dan nog iemand die je kent. We plaatsen vertrouwen in een onpersoonlijke, manipuleerbare omgeving. En of het nou je opgefokte ex is die iets gevoeligs over je vindt, of je lieve moeder, of je toekomstige baas; je krijgt spijt. Of je hebt gewoon schijt, dat kan ook.
Mijn tip is om je boeltje gewoon af te schermen. Wat mij betreft zet je jezelf op Facebook als je de bestekla van je ouderlijk huis naakt vol staat te kotsen, maar doe dat dan in een privé-gedeelte dat je gescheiden houdt van je werkplek. Hou het binnen de cirkel van vertrouwen, om het even zweverig en corporate tegelijkertijd te laten klinken. TrustRanken die hap. Terwijl we langzaam die kant opstomen, blijft Google in de tussentijd je beste vriend, getuige dit filmpje. Zij zorgt er wel voor dat jij alle mogelijkheden die het leven te bieden heeft, benut. O, en niet vergeten wat ze ons over jou kan vertellen.
Meer dope links


Je mag nog beter je punt maken. Als die er al is (kan zijn dat ik het verkeerd interpreteer). Je zou ook nog een vervolg kunnen maken over je profielgegevens op internet plaatsen (pas maar op er zijn ergere stalkers als mij). Jij had dat Hyves filmpje afgelopen zomer die supervaak verstuurd was niet gezien hé? Iets van Ík ken je beter dan je denkt’ Heel goed voorbeeld. En je kan mijn trucks natuurlijk navragen die komen namelijk echt niet alleen van google…
Ow en daarbij Ik schrik soms als mijn vriendin opeens een opmerking maakt over iets wat ik niet tegen haar gezegd heb. “Wat was jij vroeg op, vandaag.” “Huh, hoe weet je dat?” “Zag ik op je Last.fm.” Begin jij je dag ook met een liedje? Verbaas je dan niet als iemand opeens je dagritme kent. Dan nog, wie misbruikt dat nou?
Dat laatste is naïef. Denk daarbij eens aan twitter, uitspraken, krabbels en weet ik veel wat voor berichten je nog meer op internet van jan en alleman kan lezen. Daardoor worden mensen verkeerd geintreperteerd. Voorzorgsmaatregelen als privé berichten zijn dan natuurlijk een must. Ik vertel niets nieuws….och Nick had ik nou maar jouw schrijftalent dan had ik ook nog wel wat blogs over bepaalde dingen kunnen schrijven.
Nou ik heb je vandaag wel weer genoeg gevolgd. Latah!
Thanks Mayo. Ik bedoelde het laatste cynisch, maar ik begrijp het als het niet overkwam. Daarom heb ik het einde wat duidelijker en langer gemaakt. Nu is het alweer een lap tekst geworden. Op zich lijkt het ook veel doordat het frame zo dun is en je ver naar beneden moet scrollen.
Sorry dat ik je af en toe als voorbeeld gebruik
Zoals beloofd
:
Je moet de Zembla-aflevering over Google eens moeten zien! (http://zembla.vara.nl/Maatschappelijk_debat.2064.0.html?&tx_ttnewsbackPid=2063&tx_ttnewstt_news=1687&cHash=0cd9ae8068)
Maar dan is er ook weer tegenspraak: (http://www.dutchcowboys.nl/search/6721)
Hier even kort de linkjes. Helaas even geen tijd om er echt lang op in te gaan, maar dit past er al mooi bij. Je kunt hier ook nógal lange discussies over voeren…
Keep up the work with the blog!
xSara
Ik vind het een prima geschreven stuk baas. Google heeft inderdaad een enorm machtige positie en kan ons onwetende mens in principe van alles wijsmaken, maar is dat in weze niet altijd zo geweest? op het internet kun je met speurwerk beter vinden wat je nodig hebt. Vroeger in de bibliotheek was je ook maar afhankelijk van hetgeen de bieb in het assortiment had. Kritisch blijven en niet meteen op de eerste hit afgaan is het devies.
Check ook http://pleaserobme.com/. Toont alle tweets van mensen die op het moment niet thuis zijn, speciaal voor alle insluipers.
Hallo, ik wil alleen even laten weten dat ik het bericht erg interessant vind met interessante informatie. Ik ga deze website dan ook in mijn favorieten zetten.
Google is mijn beste vriend wanneer ik iets opzoeken wil. En met mij vele anderen. Maar te veel macht kan nooit goed zijn, alleen wie bepaalt er dat ze té veel macht hebben?