“Pief! Paf! Pieuw! Psssj, psssj! Move, move, mooove! Granaat in die bottleneck daar! 3, 2, 1, go! Sniper in de kerktoren, dekking! Ahh, ik ben geraakt! Ik bloed dood! Medic! Mediiiic! O God, zijn dat mijn darmen?! Stop ze terug!”
Zo zou het klinken als ik op mijn leeftijd oorlogje zou spelen. Deze oude ogen hebben intussen genoeg kommer en kwel gezien om te weten hoe het er aan toe gaat, knul. Ik ben een veteraan. Ik schreef ‘poep’ nog met een lange ‘oe’. Knaap, ik heb gevochten in alle bezette landen gedurende WOII. Legers aan Tie Fighters uit een galaxy far, far away heb ik uit de lucht geknald en de hordes van Mordor hardhandig tegengehouden, zij aan zij met een elf en een dwerg. Mijn muur hangt vol met afgesneden oren, trofeeën uit mijn jongere dagen. De menselijke geweien, zo je wilt. Tot in de eeuwigheid moeten mijn gestorven vijanden mijn honende schaterlach ondergaan.
Ach ja, misschien was ik wel een zachtaardiger persoon geworden als ik niet zo veel van videogames hield. Dan was het bij belletje trekken gebleven. Pindakaas, een virtuele realiteit was voor mij grijpbaarder dan de fantasiewerelden waar ik me in begaf. Voor de kinderen van nu zéker. Grove pixels behoren tot het verleden, nu de realiteit steeds dichter benaderd wordt.

Wat kan de virtuele wereld toch mooi zijn. Dat je een groot deel van je tijd in Uncharted 2 rennend en schietend doorbrengt, is alleen maar toevoeging aan de sensationele schouwspelen die je voor je kiezen krijgt. Een waarlijk intense belevenis, maar volgens de wet alleen toegankelijk voor zestien plussers. Expliciet geweld en alles. Games, bloed en minderjarigen, een combinatie waar flink wat mensen over struikelen, schijnt. Het is een discussie die voort blijft woeden. Soms mét consequenties – in onder andere Australië hebben ze een zwarte lijst met games – maar over het algemeen verandert er niet veel. Hier in Nederland eigenlijk ook niet, hoewel de overheidsaandacht hiervoor wel toeneemt.
Als ik het me goed herinner was het de film Hannibal die in het Hollandse de leeftijdscontrole op audiovisuele producten snoeihard aanscherpte. Kotsend de bioscoop uitlopen was niet iets wat men minderjarigen aan wilde doen. Opeens moest je je identiteitsbewijs laten zien als je naar een smerige film wilde. Deze lijn werd doorgetrokken en het oordeel van Kijkwijzer werd almachtig. Dat was het plan, tenminste. Vorig jaar bleek namelijk nog uit mysteryguest-onderzoek, dat gemiddeld 14% van de bedrijven uit de audiovisuele branche deze richtlijnen naleefde. Sorry, wat? Ja, 14%.
Een verbazingwekkend laag getal, zeker omdat naar mijn idee de bioscopen vrij streng toezien op leeftijdsgrenzen voor films. Het gemiddelde wordt waarschijnlijk dus omlaag getrokken door winkels, waar een elfjarige in bijna 70% van de gevallen weg kon lopen met een product voor zestien jaar en ouder. Bij navraag was de reden hiervoor dat de verkopers de verantwoordelijkheid neerleggen bij ouders en de jongeren zelf. Slim, ja. Dat zijn inderdaad de partijen waar we op moeten vertrouwen. Want, zeg nou zelf, in hoeverre is ‘verantwoord’ van toepassing op (fictieve) films en games? Hoe schadelijk is een game als Uncharted 2 voor een kind? Hebben wij een boodschap aan de Europese Kijkwijzer PEGI (Pan European Game Information), als we helemaal niet weten wat het is?
Wetenschappers zijn er nog niet echt over uit. De invloed van gewelddadige games is een niet te onderschatten, complex vraagstuk. Een groot aantal factoren moet in acht worden genomen, zoals imitatiegedrag, loskoppeling van de werkelijkheid, ga zo maar door. Als dan de connectie wordt gelegd tussen pubers die een middelbare school overhoop schieten en de games die ze spelen, passeren sommige groeperingen een objectief oordeel en wordt er om censuur geschreeuwd. Wetenschappers kunnen geen uitsluitsel geven, dus laten we dan maar het zekere voor het onzekere nemen en gewelddadige games bannen. Het is geprobeerd bij muziek met parental advisory, extreme horrorfilms – niet gelukt, dus driemaal scheepsrecht. Zoals ik al zei hebben sommige, ook westerse landen zekere spellen in de ban gedaan. Bij ons vindt de ChristenUnie dat ook wel een leuk idee.
Om kort te gaan wordt het speelveld gedomineerd door twee categorieën: mensen die PEGI en Kijkwijzer niks kunnen schelen, en mensen die gewelddadige games helemaal afgeschaft willen zien. Jammer genoeg zijn dit nu net de twee uitersten die het voortbestaan van gewelddadige audiovisuele producten niet helpen bewerkstelligen. In Nederland neigt de weegschaal naar de onverschillige zijde, wat zomaar om kan slaan naar het andere extreem. Mochten wij hier ooit high school slachtpartijen krijgen, is het makkelijk om de schuld buiten onszelf te leggen. Dat is altíjd makkelijk. Voordat dat gebeurt, moeten we onze zaken gewoon reguleren. Hirsch Ballin wilde er voor zorgen dat in 2011 de audiovisuele branche zich voor 70% aan de voorschriften houdt. Een goed begin, maar de verkopers hebben geen ongelijk als ze zeggen dat de consumenten hier zelf ook bij moeten zijn.
Ouders kopen immers ook Call of Duty: Modern Warfare 2 voor hun kinderen met Kerst. Weten zij veel dat de kleine daarin de terrorist uit mag hangen en een machinegeweer mag legen op een vliegveld-terminal vol onschuldige burgers. Volwassenen die zich hier wel van bewust zijn, staan alsnog machteloos als zoonlief dit spel alsnog kan spelen bij een vriendje met minder oplettende ouders. Ja, gewelddadige games zouden een slechte invloed kunnen hebben op minderjarigen, maar als je het mij vraagt zijn de persoonlijkheid en het milieu van het betreffende kind nog veel belangrijker. Games propageren geen geweld, extreme uitzonderingen daargelaten. Bijna altijd speel je in de naam van het goede, met een moralistisch juist doel. Helaas is ‘goed’ een subjectief oordeel en alleen te zien binnen de context van onze eigen belevingswereld. Zo zullen de jongens van Columbine ook gedacht hebben dat ze iets goeds deden. Binnen hun eigen kaders. De kaders die wij, als maatschappij, definiëren. Neem verantwoordelijkheid en reguleer die shit. Voor jezelf en voor degenen die dat zelf nog niet kunnen.

